|
Meer-Kunst is
een bloeiende kunstenaarsvereniging geworden. Die haar vleugels
uitstrekt. Buiten de Watergraafsmeer.
Want, inderdaad, kunstenaars in vereniging moeten achter de
horizon kijken. Altijd. Kunst mag geen grenzen kennen.
Dit in
tegenstelling tot de gemeentepolitiek. Want gemeenten en
deelgemeenten willen elkaar altijd maar opslokken. En of dat nou
altijd even verstandig is...
Daar hebben we het hier niet over. Hier gaat het over kunst.
Door mensen die je kent. Niet van ver over de grenzen. Nee, je
kunt de kunstenaar, schilder, tekenaar, beeldhouwer of fotograaf
gewoon tegenkomen op straat. Zodat je makkelijk met de maker van
gedachten kunt wisselen over de bedoeling van het kunstwerk.
Daar word je wijzer van.
Van deze
bloeiende kunstenaarsvereniging heb ik de eer de eerste
voorzitter te zijn geweest. Samen met anderen heb ik de
vereniging opgericht, zoals dat heet.
Niet omdat ik kunstenaar ben - juist niet. Ik zat in de
wijkraad, die de voorloper was van de eerste stadsdeelraad, toen
het allemaal begon.
Dat ging zo.
Ik had iets met Polen - daar ligt het begin.
In de nadagen van die periode vond er in Polen een soort
staatsgreep plaats. Iedereen zette kaarsen voor de ramen, uit
solidariteit met het arme Poolse volk.
Er kwam een hulpcomité Watergraafsmeer voor Poolse kinderen. Die
organiseerde een inzameling, en een festival in een witte tent.
Een geweldig programma. Eind april. Dan kan het nog best fris
zijn, en dat was het ook. Veel te fris.
Daarom besloot
de voorzitter van de wijkraad, Piet Sagel, het een jaar later
nog eens dunnetjes over te doen, als een ding op zichzelf, want
met de Poolse kinderen waren we klaar, die hadden een heel
transport hulpgoederen gekregen.
Het had nog een beter programma, goede artiesten in allerlei
zalen en was mooi gepland aan het eind van de maand mei. Verder
was er een schilderijententoonstelling in de jeugdzaal van de
Koningskerk.
Er kwam ook
weer een witte tent. Het was het beste wat ooit in de Meer is
georganiseerd. Feestelijk was het. Maar helaas, het was nog van
voor de klimaatverandering. Het was erg koud en nat en het vroor
bijna in de nacht, iets wat nu niet meer kan in die tijd van het
jaar.
Zo is er toch
vooruitgang.
Het affiche van de manifestatie heb ik hier bij me (gemaakt door
Helge Lippe). Het was de tijd van de uitvallende Japanse kers,
vandaar de kleur. De Meer heeft Meer. Hang het op!
Door de kou vluchtte iedereen de kerk in, daar was het goed
toeven. Daar was meer kunst dan in de hele Meer. Het was druk.
En daar hingen ze, de mannen en vrouwen van het eerste uur.
Mag ik ze noemen?
Theo Mol, secretaris, de
Oudhollandse fijnschilder o.a. op klavecimbels, Theo Schaap en
zijn geschilderde dieren, Toon Meijnaert, met zijn grillige
fantasieën waarbij ik soms aan Melle moest denken, Helge Lippe
die toen al de computer gebruikte voor droomlandschappen en
-gebouwen, Rob See met mooie geometrische patronen, overgenomen
van de bibliotheek in Betondorp, Henk de Waart en diens
verstilde foto’s, Ineke van den Hogen, Henk Stork met zijn
sfeervolle miniaturen, Albert Denneman met gevoelsschilderijen,
mooie appeltjes van een dame uit de Linnaeusparkweg, Nico
Strijder, Graham Griffiths, de Meers eigen Ensor, Gerard
Reinders, expressionisme van Fred Fritschy en dan nog het
affiche van die Polenactie van Renata Mantorska. Wie ben ik
vergeten? Deed Marjolein Muthert mee, de schilderes van het
winkeltje op de hoek van de Radioweg?
Het was
prachtig, en iedereen vond dat het herhaling verdiende.
Daar begon het gesleep met aangekochte panelen naar de Vergulden
Eenhoorn en elders, bestuursvergaderingen en uiteindelijk een
bezoek aan kandidaat-notaris Blekemolen. Dat is nu dan dus 25
jaar geleden. We overwogen nachtwaken bij de schilderijen te
houden, zo trots waren wij.
De bedoeling was: verspreiding van eigen kunst onder de
Watergraafsmeerders, en een platform en naamsbekendheid bieden
aan kunstenaars uit de Meer, al dan niet professioneel. Die
combinatie van amateurkunstenaars en professionelen was
belangrijk.
Er kwamen nieuwe leden bij. Reeds toen ontvielen ons enkelen.
Modeltekensessies werden georganiseerd. Men stak van elkaar op.
Ook werd er een paar keer een soort tijdschrift uitgeven, met
artikelen over kunst.
Inmiddels is
de vereniging volwassen geworden en ben ik iemand uit een erg
grijs verleden, ben er een beetje in blijven stilstaan zoals U
merkt. Ik kwam in de deelraad terecht, en stopte na een tijdje
met het voorzitterschap.
Dat waren andere tijden, terug naar de onze.
Een website,
een strakke organisatie en tentoonstellingen steeds verder naar
buiten. Leden komen en gaan.
En steeds meer kunst. En dat in een economische crisis.
Ik wens de
vereniging mooie jaren toe, en wens ze geluk met deze sfeervolle
tentoonstelling.
Jan Dijk |